Je moet samen die muziek maken
Rob werkt inmiddels zes jaar bij Brink en is binnen sales actief op de aftermarket voor klanten in de Benelux. De automotivewereld kent hij al veel langer: zo’n 36 jaar. Rob begon ooit als chauffeur bij een automaterialenbedrijf en groeide via verschillende functies door naar accountmanagement. Zo leerde hij niet alleen het vak, maar vooral ook de markt en de mensen daarin goed kennen.
Na zo’n dertig jaar aan de handelskant was het tijd om voor een producent te gaan werken. Het sprak hem aan om nauw betrokken te zijn bij het product en te kunnen laten zien wat er daadwerkelijk wordt gemaakt. Zo kwam hij bij Brink terecht.
Een solist met een koor achter zich
Buiten zijn werk zingt Rob. Jarenlang stond hij als solist voor een koor en inmiddels zingt hij op semiprofessioneel niveau. Voor hem zit er een duidelijke overeenkomst tussen dat podium en zijn werk.
“Als solist sta je daar te zingen, maar je hebt wel een koor achter je staan. Dat is vandaag precies hetzelfde. Ik ben aan de voorkant het gezicht van Brink naar klanten toe, maar je doet het niet zonder een team achter je. Je moet samen die muziek maken.”
Dat past bij hoe Rob graag werkt. Hij krijgt graag de ruimte om zelfstandig contacten te onderhouden en dingen te organiseren, maar benadrukt tegelijkertijd dat resultaten nooit alleen tot stand komen. Voor een levering, klantvraag of nieuw product heeft hij collega’s van verschillende afdelingen nodig.
“Je kunt veel zelfstandig doen, maar uiteindelijk moet je het samen neerzetten.”
Dicht bij de klant en bij het proces
Robs werk speelt zich af in de aftermarket: de markt waarin trekhaken na aanschaf van een auto worden gemonteerd. Daarbij heeft hij contact met distributeurs, garagebedrijven en grotere automotiveorganisaties.
Die markt is in de loop der jaren behoorlijk veranderd. Waar een buitendienstfunctie vroeger vooral betekende dat je veel onderweg was, verloopt tegenwoordig een groot deel digitaal. Daardoor zit Rob minder vaak voor alleen een kop koffie bij een klant maar vervult hij vooral een centrale rol tussen de klant en onze organisatie. Ook hier benadrukt hij dat je samen de muziek maakt en streeft hij naar een communicatie matrix, waarin de expertises van de klant en BRINK elkaar weten te vinden: “klanten moeten weten bij wie ze terechtkunnen als er iets speelt”.
Dat betekent voor hem ook dat zijn werk niet stopt wanneer een order is geplaatst. Hij houdt contact met productieplanning en expeditie om te weten wanneer producten beschikbaar zijn en welke leveringen prioriteit hebben. Nu hij ook recent het internationale sales team vertegenwoordigt in het nieuwe overlegorgaan Product Team Tier 2, geeft hem dat naast een eervol gevoel nog meer drive om samen zorg te dragen voor de omzet van morgen.
“Je moet mij niet van negen tot vijf achter een bureau zetten. Er moet ook een bepaald spanningsveld zijn.”
Na zoveel jaren in de branche heeft hij geleerd om daarbij niet te snel in de stress te schieten. “Met paniek schiet je ook niks op.” Liever kijkt hij wat er nodig is en wie daarbij kan helpen.
Laat de makers maar vertellen
Waar Rob enthousiast van wordt, is het product dat uiteindelijk bij de klant terechtkomt. Zeker bij nieuwe ontwikkelingen ziet hij hoeveel kennis, werk en aandacht erachter zitten.
Als hij klanten door de fabriek meeneemt, vertelt hij daarom niet altijd zelf wat er gebeurt. Hij spreekt juist graag een collega aan die aan het product werkt. “Vertel jij eens aan mijn klanten wat je hier aan het doen bent.” Rob merkt dat klanten dat interessant vinden, juist omdat ze het verhaal rechtstreeks horen van degene die het product maakt.
Volgens hem mag die trots binnen Brink best wat zichtbaarder worden. Het bedrijf maakt al jarenlang producten die internationaal hun weg vinden, terwijl dat buiten Brink lang niet bij iedereen bekend is. Rob vindt het mooi om daar vanuit zijn rol een bijdrage aan te leveren.
Voor hem gaat die trots daarom niet alleen over sales. Engineers die een nieuw product ontwikkelen, collega’s in de productie die het maken en de mensen die zorgen dat het uiteindelijk bij de klant terechtkomt: iedereen draagt een stukje bij.
“Je kunt de manager zijn, je kunt de ambassadeur zijn, maar je kunt ook de dozen inpakken. We zijn allemaal belangrijk voor het bedrijf.”
Aandacht voor elkaar
Die gedachte zie je ook terug in hoe Rob met collega’s omgaat. Als hij ’s ochtends binnenkomt, loopt hij graag even langs. Goedemorgen zeggen, vragen hoe iemands weekend was of gewoon even een grap maken. Dat klinkt klein, maar voor Rob hoort het bij samenwerken. “Het gaat erom dat je gewoon even laat zien: ik ben je collega.”
Hij vindt dat mensen zelf ook verantwoordelijkheid hebben om contact te zoeken en over afdelingen heen samen te werken. Juist in een groot bedrijf is dat volgens hem belangrijk. Niet alleen bezig zijn met je eigen stukje, maar weten wat er om je heen gebeurt en elkaar kunnen vinden wanneer dat nodig is.
Een mooie club met potentie
Na zes jaar kijkt Rob met vertrouwen naar wat Brink nog kan bereiken. Hij ziet een bedrijf met veel kennis, een sterk product en mensen die daar al jarenlang met betrokkenheid aan werken. Tegelijkertijd ziet hij ook genoeg ruimte om verder te groeien. Zelf wil hij daar graag onderdeel van blijven. Niet door alles zelf te willen bepalen, maar juist door zijn ervaring te gebruiken, klanten enthousiast te maken en anderen erbij te betrekken.
Als hij Brink uiteindelijk kort moet omschrijven, komt hij uit op: “Een mooie club met potentie.” En wat hij een nieuwe collega zou meegeven? Vooral om zichzelf te blijven en onderdeel te worden van het geheel. Dat sluit eigenlijk weer aan bij de vergelijking waarmee Rob zijn werk zelf het beste samenvat: je kunt vooraan staan, maar zonder het koor wordt het geen muziek.